Grenzen en eigen plek

We leren onze kinderen grenzen aan te geven, maar vergeten soms dat we die zelf ook hebben.
Dit stuk gaat over ruimte, ouderschap en wat er gebeurt wanneer het leven ineens weer binnenstapt.


Het is zondagmiddag als ik bij mijn moeder op de koffie ben en ik wordt gebeld door mijn vrouw.
Onze zoon van midden twintig komt weer thuiswonen, zijn relatie heeft meer ruimte nodig.
Alleen… het raakt natuurlijk wel mijn ruimte, en dat merkte ik meteen.
Begrijp me niet verkeerd, als één van mijn kinderen hulp nodig heeft in welke vorm dan ook, dan ben ik daar.
Dat heb ik altijd gedaan, voor dat ze uit huis gingen, en ook daarna, ouders ben je voor het leven.
Maar dat betekent niet dat mijn gevoel er niet mag zijn.

Mijn vrouw en ik wonen nu bijna twee jaar alleen, al onze kinderen zijn uitgevlogen zoals dat heet.
En in die twee jaar is er een stilte ontstaan, een rust waar vooral ik naar uit heb gekeken.
Mijn dochter komt nog regelmatig ’s avonds mee eten en dat is prima.
Maar de avonden waren weer van ons.

En ik weet ook wel, toen ze thuis woonden leefden ze meer op hun kamers.
Maar toch, het is significant anders.
Nergens rekening mee te houden, je eigen ding doen, grenzen hoeven niet meer te worden aangegeven.
Mijn plek was ook echt mijn plek.
Als we buiten de deur wilden eten, dan was er niemand anders om rekening mee te houden dan de kat.

Dus ja, als er een volwassen zoon, om wat voor goede reden dan ook, weer thuis komt wonen.
Dan mag ik daar zelf toch ook een gevoel bij hebben?

We hebben overigens wel lekker gesport met z’n tweeën.
Allebei om eigen redenen, maar vooral ook om even niet te hoeven denken 😉


Plaats een reactie