Het licht vangen in alle eenvoud, een rustig tafereel vastgelegd zonder de ballast van de oude spiegelreflexcamera.

De ballast voorbij, het gewicht losgelaten


Jarenlang was fotografie voor mij een zware toewijding.
Mijn schouders droegen niet alleen de camera, maar ook de last van lenzen, tassen en de constante drang naar het perfecte plaatje.
De wereld door een zoeker zien voelde soms als een filter dat me afschermde van het moment zelf.
Het was een prachtig ambacht, maar de complexiteit begon de stilte in mijn leven te overstemmen.

De laatste tijd heb ik een bewuste keuze gemaakt voor eenvoud.
Ik heb ruimte gemaakt voor wat werkelijk telt.
Mijn leven is compacter geworden, en in die compactheid heb ik een nieuwe helderheid gevonden.

De spiegelreflexcamera, eens mijn trouwe metgezel, bleef steeds vaker in de schaduw van de kast staan.
Het gewicht, fysiek in mijn handen en mentaal in mijn hoofd, paste niet langer bij de innerlijke rust die ik nu koester.

De bevrijding van het moment

Toen de Google Pixel 10 Pro mijn nieuwe venster op de wereld werd, veranderde alles.
Het zware glas maakte plaats voor pure intuïtie.
Nu draag ik geen ballast meer met me mee, enkel de mogelijkheid om een vluchtig moment te vangen precies zoals het is.

Dit is geen afscheid van de fotografie, het is thuis komen.
De camera is veranderd, maar de blik en de passie zijn gebleven.
Ik deel mijn verhalen en beelden nog altijd met liefde op mijn website en Instagram, als digitale echo’s van mijn reis door een eenvoudiger leven.
Ik heb de ruis omgeruild voor verstilling.
Met mijn telefoon in mijn zak en mijn ogen open voor de wereld, voel ik me lichter dan ooit.
Fotograferen is niet langer een taak, maar weer een ademhaling geworden.



Zachtheid op een plek van rust

Close-up van zachte wilgenkatjes tegen een groene achtergrond op Natuurbegraafplaats Geestmerloo

Er zijn plekken waar de stilte niet leeg voelt, maar juist gevuld is met betekenis.
Natuurbegraafplaats Geestmerloo is zo’n plek.
Wandelen over de paden van dit jonge natuurgebied rond Alkmaar voelt als een uitnodiging om te vertragen.
Hier vloeien de grenzen tussen het water van het Geestmerambacht en de rust van de laatste rustplaats naadloos in elkaar over.

Deze foto van de wilgenkatjes vangt een specifiek moment van verstilling.
Ze zijn de eerste voorboden van de lente, de zachte boodschappers die verschijnen terwijl de rest van de natuur nog lijkt te slapen.
Hun fluweelzachte textuur nodigt uit tot aanraking, een tastbare herinnering aan de zachtheid die de natuur ons kan bieden, juist wanneer het leven ruw aanvoelt.

Op een natuurbegraafplaats zie je de cirkel van het leven in zijn meest pure vorm.
Niets gaat echt verloren; alles transformeert.
De wilgenkatjes die nu bloeien, putten hun kracht uit de aarde en zullen straks weer plaatsmaken voor groen blad, om volgend jaar weer terug te keren.
Het is een symbool van veerkracht en hoop.

Wie Geestmerloo bezoekt, merkt dat de drukte van alledag langzaam wegvalt.
De wind door het riet, de roep van een watervogel en de aanblik van deze eerste lentebloei geven ruimte aan gedachten die elders vaak worden overstemd.
Het is een plek waar je mag zijn met je verdriet, maar waar je ook de schoonheid van het bestaan weer even in de ogen kijkt.

Deze foto is voor mij meer dan een beeld van de natuur, het is een herinnering aan het feit dat er, hoe koud het seizoen ook is geweest, altijd weer een moment van zachtheid en nieuw begin aanbreekt.

Het wachten op, het ontbrekende stukje…


Ik merk dat ik niets meer te vertellen heb.
Opgedroogd, uitgeput, inspiratieloos.
Ik denk dat dit de meeste schrijvers wel eens overkomt.
Echter in mijn geval heeft te maken, denk ik, met mijn alcoholonthouding.
Ik drink nu helemaal geen alcohol meer.

25 augustus 2025 was het laatste, sindsdien niets meer.
Er waren pieken en dalen en wat volgde was een zoektocht.
Een zoektocht naar mezelf.
Want wie ben ik eigenlijk na 40 jaar alcohol te hebben gedronken?
Wat is er nog van mij over?

Alle beslissingen genomen op basis van veiligheid, zekerheid,
confrontatie vermijdend.
Nooit echt voor mezelf gekozen.
Altijd mee gewandeld op het pad van een ander.

En nu, na een half jaar strijd tegen en met mezelf,
heb ik toch het pad even moeten verlaten.
Een afslag genomen om mijn gedachten tot rust te brengen.
In plaats van alcohol nu antidepressiva,
ik weet niet wat uiteindelijk slechter of beter is.

Ik neem het maar zoals het komt.
Nu wachtend op behandeling, er zijn lange wachttijden.
Zal het wachten de moeite waard zijn,
het waard zijn om echt de diepte in te gaan.
Kijken wat er naar boven komt, gevolgd door acceptatie.

Alleen de tijd zal het leren.


.

Dit is niet fijn.


Overspannen, overprikkeld, burn-out,
om het maar een naam te geven.
Feit is wel, dit heb ik niet eerder gevoeld,
zo heftig en zo intens.
Mentaal zit ik in een achtbaan,
ook lichamelijk, dit is niet goed.
De onrust, paniek, opbouwende spanning.
Ik voel me opgejaagd.

Overheersende gevoelens,
van controle willen houden.
Angst en onzekerheid regeren in mijn hoofd.
Het blijven zoeken, internet leegtrekken.
Op zoek naar rust, naar een antwoord, dit wil ik niet.

Zo verantwoordelijk als ik ben,
moet ik dit ook oplossen.
Terwijl er in eerste instantie,
alleen maar acceptatie nodig is.
De rest volgt later.

Rust nemen en rust houden is me gezegd.
Dat lijkt eenvoudig,
maar voor mij bijna onmogelijk.
Want ik lijk aan de buitenkant rustig,
echter, binnen woedt de storm door.
Gevoed door mijn gedachten.

Dit is niet fijn.


Het nieuwe jaar


Het nieuwe jaar is begonnen.
2025 ligt achter me,
2026 heet me welkom.

Het was een rustige oudejaarsavond.
Televisie gekeken,
om de tijd sneller te laten gaan.

Waar heb ik naar zitten kijken?
Het was een toneelstuk.
Hoofdpersonen zijn bekende mensen,
het stuk ging over bekende mensen.
Bekende mensen die een spelletje spelen
en ondertussen de hoogtepunten doornemen.

Nogmaals:
waar heb ik naar zitten kijken?
Toneelspelers die hun best doen,
hun best doen om in hun rol te blijven.
Niet te negatief hoor,
dat willen de mensen niet zien.
Als er al een traan is,
dan is het om heel even stil te staan bij een gemis.
Maar daarna: direct weer door.

Ik weet het heus wel,
het ligt grotendeels aan mij.
Ik zit te veel in mijn hoofd,
te veel in gedachten.
Relativeren, maar niet te veel.
Datzelfde geldt voor bagatelliseren.

Veel denken is niet goed,
niet voor mij.
Het geeft me onrust.
Maar het voelt zo bekend.

Mijn ziel is somber.
Dat was het al.
Dat is het nog steeds.

En dat wil ik bekijken.
Hoe kan ik dat ombuigen?
Hoe kan ik toneelspeler worden
van het stuk dat leven heet?
Meer naar buiten,
iets minder naar binnen.

Ik kijk uit het raam.
Nieuwjaarsdag is vooral
veel wind en soms erg nat,
met af en toe een lichtere plek.

Misschien is dat het ook wel.
Om door alles heen
toch het licht te blijven zien.

Dat is voor iedereen anders.
Voor mij is het:
rust, vrijheid en eenvoud.

Misschien hoeft het leven geen toneelstuk te zijn.
En ik geen speler.
Misschien mag ik af en toe gewoon
even naast het podium staan,
ademhalen,
en kijken waar het licht vandaan komt.


Licht in donkere dagen


December 2025, de feestdagen staan weer voor de deur, niet dat ik daar veel mee heb.
Sowieso niet met de feestdagen waarbij oud en nieuw eigenlijk wel de ergste is.
Maar daarover een andere keer.

Ik kijk naar buiten, het is pikdonker, met recht de donkere dagen.
En toch is er voldoende licht te zien.
Licht in de vorm van kerstverlichting.

Links is het “bushokje” zoals ik dat gekscherend noem, op de een of andere kunstzinnige manier versierd.
Het “bushokje” staat bij de buren links achter in de tuin en is gehuld met lukraak geplaatste lichtslingers.
Dat ze warm licht hebben gebruikt pleit in hun voordeel.

Grenzend aan mijn achtertuin is over de schutting, alsmede het schuurtje en daarna nog een stuk schutting, een lichtslang gedrapeerd.
De keuze van lichtblauw in deze tijd zegt genoeg over de fantasie en creativiteit van de bewoners.

Dan heel in de verte, in een andere straat glinsteren de lampjes in de voortuinen.
Door de struiken en bomen, die nu zonder blad zijn en waarvan de takken bewegen in de wind, lijkt het alsof ze knipperen.

In dezelfde straat daarboven tegen twee ramen van een dakkapel, zijn rood verlichte kerstbomen gezet, met daartussen een nietszeggende vorm die een fel wit licht geeft.
Het is een beetje dezelfde kleur en felheid als die in de koplampen van de auto’s tegenwoordig.
Het moet de bestuurder een beter zicht geven, echter voor de overige weggebruikers is het een bron van irritatie en ontneemt al het zicht.

Dat dus, ik pak even mijn verrekijker erbij.
Nee, niet om te gluren, nou ja, misschien stiekem een beetje, maar meer om te kijken naar een dakkapel. Zie ik het nu echt wel goed?
Ik kan er echter niets meer van maken dan mijn eerste bevinding.
Ze zullen bewust zo gekozen en geplaatst zijn, mij ontgaat een beetje de toegevoegde waarde hiervan.
Maar goed, dat zegt meer over mij dan over een ander.

Ik heb nu eenmaal niets met de feestdagen.
Vind het een hoop gedoe op niets af en kan daar geen plezier aan beleven.
Maar misschien is het ook wel een beetje het misgunnen.
Als ik er geen plezier aan beleef, waarom een ander dan wel.
Het is een gedachte waar ik mezelf op betrap.

Ik leg mijn verrekijker weg en bedenk, misschien is het ook allemaal wel goed zo.
Een beetje verlichting in deze donkere dagen en daarmee bedoel ik zowel het fysieke als het innerlijke aspect.

Hele fijne feestdagen, wees zacht en begripvol naar elkaar.


Wat overblijft wanneer de stilte verdwijnt


Soms verandert er iets in je leven waar je niet om hebt gevraagd.
Niet door een keuze, maar door een verschuiving.
En ineens is de stilte weg.

Niet de stilte van afwezigheid,
maar de stilte die veiligheid werd.
Een ruimte waarin je langzaam begon te landen.
Waarin je adem weer dieper ging,
waarin je even niet hoefde te reageren.

Wanneer die stilte verdwijnt, blijft er iets achter.
Geen paniek, maar wel een zwaarte.
Alsof de rugzak die je droeg ineens weer wordt aangevuld
En dit terwijl hij net iets minder op de voorgrond stond.

Ik merk dat ik het moeilijk vind om hier woorden aan te geven.
Niet omdat ik het niet voel,
maar omdat het gevoel groter is dan ik in woorden kan uitdrukken.

Wat ik wel weet, ik zal verder moeten.
Niet heroïsch, niet moedig.
Maar gewoon verder.

Er zijn momenten waarop ik besef dat dit me iets leert.
Niet over plannen of doelen,
maar over mezelf laten zien.
Niet door uitleg te geven,
maar door keuzes te maken.

Beslissingen nemen die niet zijn ontstaan uit afstemming op anderen.
Maar uit luisteren naar wat van mij is.
Hoe dat er precies uitziet weet ik nog niet, en misschien hoeft dat nu ook nog niet.

Soms probeer ik mijn dagen te vullen.
Met beweging, ideeën, plannen.
Maar als ik eerlijk ben, op het hardlopen na, voelt veel leeg.
Alsof mijn binnenwereld niet meer in contact staat met mijn buitenwereld.

En toch, is dat geen leegte, het is een tussenruimte.

Ik weet nog niet hoe ik verder wil.   Of wat ik verder wil.
En misschien is dat voorlopig het enige eerlijke antwoord.

Niet weten is soms geen gebrek aan richting, maar het bewijs dat je niet langer op de automatische piloot leeft.

En misschien is dat wat er overblijft
wanneer de stilte verdwijnt.
De noodzaak om opnieuw te luisteren, zonder meteen te hoeven weten waar het naartoe gaat.


Grenzen en eigen plek

We leren onze kinderen grenzen aan te geven, maar vergeten soms dat we die zelf ook hebben.
Dit stuk gaat over ruimte, ouderschap en wat er gebeurt wanneer het leven ineens weer binnenstapt.


Het is zondagmiddag als ik bij mijn moeder op de koffie ben en ik wordt gebeld door mijn vrouw.
Onze zoon van midden twintig komt weer thuiswonen, zijn relatie heeft meer ruimte nodig.
Alleen… het raakt natuurlijk wel mijn ruimte, en dat merkte ik meteen.
Begrijp me niet verkeerd, als één van mijn kinderen hulp nodig heeft in welke vorm dan ook, dan ben ik daar.
Dat heb ik altijd gedaan, voor dat ze uit huis gingen, en ook daarna, ouders ben je voor het leven.
Maar dat betekent niet dat mijn gevoel er niet mag zijn.

Mijn vrouw en ik wonen nu bijna twee jaar alleen, al onze kinderen zijn uitgevlogen zoals dat heet.
En in die twee jaar is er een stilte ontstaan, een rust waar vooral ik naar uit heb gekeken.
Mijn dochter komt nog regelmatig ’s avonds mee eten en dat is prima.
Maar de avonden waren weer van ons.

En ik weet ook wel, toen ze thuis woonden leefden ze meer op hun kamers.
Maar toch, het is significant anders.
Nergens rekening mee te houden, je eigen ding doen, grenzen hoeven niet meer te worden aangegeven.
Mijn plek was ook echt mijn plek.
Als we buiten de deur wilden eten, dan was er niemand anders om rekening mee te houden dan de kat.

Dus ja, als er een volwassen zoon, om wat voor goede reden dan ook, weer thuis komt wonen.
Dan mag ik daar zelf toch ook een gevoel bij hebben?

We hebben overigens wel lekker gesport met z’n tweeën.
Allebei om eigen redenen, maar vooral ook om even niet te hoeven denken 😉


Over opnieuw beginnen, zonder mijzelf kwijt te raken.


Er is een lange tijd geweest waarin ik vooral leefde vanuit de vraag hoe anderen zouden reageren.
Ik hield me in, paste me aan, zei ja terwijl alles in mij nee zei.
En langzaam verloor ik mezelf in dat stille aanpassen.

Maar sinds ik bijna vijftien weken zonder alcohol ben, merk ik dat er ruimte ontstaat.
De ruis is weg.
De automatische reflex om me klein te maken wordt zachter.
En beetje bij beetje komt de echte Tim tevoorschijn, degene die anders kijkt, anders voelt en anders vertelt.

Ik begin te begrijpen dat mijn gevoeligheid geen nadeel is, maar mijn manier van kijken.
Dat ik foto’s maak van ogenschijnlijk gewone dingen omdat ze mij raken, niet omdat iemand anders ze bijzonder moet vinden.
Dat mijn blik misschien afwijkt, maar dat juist dáár mijn kracht ligt.

Het is tijd om niet langer te leven vanuit de angst om op te vallen,
maar vanuit de rust dat ik mezelf mag zijn.
Misschien begrijpt niet iedereen mijn keuzes of mijn beelden.
Misschien lijk ik soms wat eigenzinnig of sta ik op mijn eigen eiland.
Maar dat eiland is wel van mij, en daarop ben ik eindelijk thuis.

Ik weet waar ik vandaan kom, waar ik nu sta.
En voor het eerst in lange tijd zie ik de richting die bij mij past.

Het is niet te laat.
Het begint juist hier.