Het nieuwe jaar


Het nieuwe jaar is begonnen.
2025 ligt achter me,
2026 heet me welkom.

Het was een rustige oudejaarsavond.
Televisie gekeken,
om de tijd sneller te laten gaan.

Waar heb ik naar zitten kijken?
Het was een toneelstuk.
Hoofdpersonen zijn bekende mensen,
het stuk ging over bekende mensen.
Bekende mensen die een spelletje spelen
en ondertussen de hoogtepunten doornemen.

Nogmaals:
waar heb ik naar zitten kijken?
Toneelspelers die hun best doen,
hun best doen om in hun rol te blijven.
Niet te negatief hoor,
dat willen de mensen niet zien.
Als er al een traan is,
dan is het om heel even stil te staan bij een gemis.
Maar daarna: direct weer door.

Ik weet het heus wel,
het ligt grotendeels aan mij.
Ik zit te veel in mijn hoofd,
te veel in gedachten.
Relativeren, maar niet te veel.
Datzelfde geldt voor bagatelliseren.

Veel denken is niet goed,
niet voor mij.
Het geeft me onrust.
Maar het voelt zo bekend.

Mijn ziel is somber.
Dat was het al.
Dat is het nog steeds.

En dat wil ik bekijken.
Hoe kan ik dat ombuigen?
Hoe kan ik toneelspeler worden
van het stuk dat leven heet?
Meer naar buiten,
iets minder naar binnen.

Ik kijk uit het raam.
Nieuwjaarsdag is vooral
veel wind en soms erg nat,
met af en toe een lichtere plek.

Misschien is dat het ook wel.
Om door alles heen
toch het licht te blijven zien.

Dat is voor iedereen anders.
Voor mij is het:
rust, vrijheid en eenvoud.

Misschien hoeft het leven geen toneelstuk te zijn.
En ik geen speler.
Misschien mag ik af en toe gewoon
even naast het podium staan,
ademhalen,
en kijken waar het licht vandaan komt.


Licht in donkere dagen


December 2025, de feestdagen staan weer voor de deur, niet dat ik daar veel mee heb.
Sowieso niet met de feestdagen waarbij oud en nieuw eigenlijk wel de ergste is.
Maar daarover een andere keer.

Ik kijk naar buiten, het is pikdonker, met recht de donkere dagen.
En toch is er voldoende licht te zien.
Licht in de vorm van kerstverlichting.

Links is het “bushokje” zoals ik dat gekscherend noem, op de een of andere kunstzinnige manier versierd.
Het “bushokje” staat bij de buren links achter in de tuin en is gehuld met lukraak geplaatste lichtslingers.
Dat ze warm licht hebben gebruikt pleit in hun voordeel.

Grenzend aan mijn achtertuin is over de schutting, alsmede het schuurtje en daarna nog een stuk schutting, een lichtslang gedrapeerd.
De keuze van lichtblauw in deze tijd zegt genoeg over de fantasie en creativiteit van de bewoners.

Dan heel in de verte, in een andere straat glinsteren de lampjes in de voortuinen.
Door de struiken en bomen, die nu zonder blad zijn en waarvan de takken bewegen in de wind, lijkt het alsof ze knipperen.

In dezelfde straat daarboven tegen twee ramen van een dakkapel, zijn rood verlichte kerstbomen gezet, met daartussen een nietszeggende vorm die een fel wit licht geeft.
Het is een beetje dezelfde kleur en felheid als die in de koplampen van de auto’s tegenwoordig.
Het moet de bestuurder een beter zicht geven, echter voor de overige weggebruikers is het een bron van irritatie en ontneemt al het zicht.

Dat dus, ik pak even mijn verrekijker erbij.
Nee, niet om te gluren, nou ja, misschien stiekem een beetje, maar meer om te kijken naar een dakkapel. Zie ik het nu echt wel goed?
Ik kan er echter niets meer van maken dan mijn eerste bevinding.
Ze zullen bewust zo gekozen en geplaatst zijn, mij ontgaat een beetje de toegevoegde waarde hiervan.
Maar goed, dat zegt meer over mij dan over een ander.

Ik heb nu eenmaal niets met de feestdagen.
Vind het een hoop gedoe op niets af en kan daar geen plezier aan beleven.
Maar misschien is het ook wel een beetje het misgunnen.
Als ik er geen plezier aan beleef, waarom een ander dan wel.
Het is een gedachte waar ik mezelf op betrap.

Ik leg mijn verrekijker weg en bedenk, misschien is het ook allemaal wel goed zo.
Een beetje verlichting in deze donkere dagen en daarmee bedoel ik zowel het fysieke als het innerlijke aspect.

Hele fijne feestdagen, wees zacht en begripvol naar elkaar.


Wat overblijft wanneer de stilte verdwijnt


Soms verandert er iets in je leven waar je niet om hebt gevraagd.
Niet door een keuze, maar door een verschuiving.
En ineens is de stilte weg.

Niet de stilte van afwezigheid,
maar de stilte die veiligheid werd.
Een ruimte waarin je langzaam begon te landen.
Waarin je adem weer dieper ging,
waarin je even niet hoefde te reageren.

Wanneer die stilte verdwijnt, blijft er iets achter.
Geen paniek, maar wel een zwaarte.
Alsof de rugzak die je droeg ineens weer wordt aangevuld
En dit terwijl hij net iets minder op de voorgrond stond.

Ik merk dat ik het moeilijk vind om hier woorden aan te geven.
Niet omdat ik het niet voel,
maar omdat het gevoel groter is dan ik in woorden kan uitdrukken.

Wat ik wel weet, ik zal verder moeten.
Niet heroïsch, niet moedig.
Maar gewoon verder.

Er zijn momenten waarop ik besef dat dit me iets leert.
Niet over plannen of doelen,
maar over mezelf laten zien.
Niet door uitleg te geven,
maar door keuzes te maken.

Beslissingen nemen die niet zijn ontstaan uit afstemming op anderen.
Maar uit luisteren naar wat van mij is.
Hoe dat er precies uitziet weet ik nog niet, en misschien hoeft dat nu ook nog niet.

Soms probeer ik mijn dagen te vullen.
Met beweging, ideeën, plannen.
Maar als ik eerlijk ben, op het hardlopen na, voelt veel leeg.
Alsof mijn binnenwereld niet meer in contact staat met mijn buitenwereld.

En toch, is dat geen leegte, het is een tussenruimte.

Ik weet nog niet hoe ik verder wil.   Of wat ik verder wil.
En misschien is dat voorlopig het enige eerlijke antwoord.

Niet weten is soms geen gebrek aan richting, maar het bewijs dat je niet langer op de automatische piloot leeft.

En misschien is dat wat er overblijft
wanneer de stilte verdwijnt.
De noodzaak om opnieuw te luisteren, zonder meteen te hoeven weten waar het naartoe gaat.