De laatste zomerdag?


het zou zomaar kunnen
dat dit de laatste is

eind augustus
september in aantocht

morgen is er omslag voorspeld
een afscheid van de zomer

en hoewel het nog mogelijk is
zou zomaar ineens
de herfst kunnen invallen

de dagen worden al korter
de ochtenden later licht
avonden eerder donker

grijze wolkenluchten
vooruit gestuwd door wind

regen in grote getale
waar eerder nog tekort was

heel eerlijk
ik ben er niet klaar voor
wil dit nog even niet

laten we toch maar hopen
op een kleine terugkeer

die heerlijke zomerse dagen


Zonnige avond aan het strand

De zon zakt langzaam weg achter de horizon.
Het licht wordt zachter, goud dat zich uitstrekt over de zee.
Golven rollen rustig het strand op, alsof ze nog één keer willen fluisteren voordat de nacht hen tot stilte maant.

Ik voel het zand onder mijn voeten afkoelen, de warmte van de dag glijdt langzaam uit mijn huid.
Meeuwen trekken in trage lijnen voorbij, hun vleugels glanzen kort in het laatste licht.

Er is geen haast meer.
Geen klok die tikt, geen woorden die uitgesproken hoeven te worden.
Alleen het moment, een ademhaling in de stilte gevangen, in de eindeloze beweging van de zee.
Hier aan de rand van het water, lijkt alles even op zijn plaats te vallen.
Alsof de wereld fluistert:

dit is genoeg.

De natuur kan hard zijn

De natuur heeft mooie kanten.
Helaas soms ook donkere.

Op 9 augustus plaatste ik een foto van een mus in onze kersenboom.
Geduldig wachten was de titel.

Dit verhaal gaat over diezelfde mus.
Het speelde zich af op een bewolkte zondagmiddag, 17 augustus.


Ik zat in de achtertuin, luisterend naar binaural beats en verdiept in Landlijnen van Raynor Winn, een prachtig boek.
Plotseling zag ik vanuit mijn ooghoek iets van het garagedak vallen en met vaart onder de laurierstruik schieten.
Direct gevolgd door een hoop gepiep en gekwetter.

Het bleek een jong musje, net uit het nest.
Vliegen kon het nog niet.
Al snel sprong het van tak naar tak, hoger de struik in, luid roepend om aandacht.
Moedermus vond het snel en kwetterde boos, alsof ze wilde zeggen:
“Kijk nu toch wat je hebt gedaan, je was er nog niet klaar voor!”

Ik zocht op wat te doen.
Het advies: niets, als het musje veren heeft en zijn moeder in de buurt is.
En zo vloog moedermus heen en weer, heen naar het nest onder de dakpan, dan weer naar de laurier, onophoudelijk voerend.

Maar het gepiep trok ook een ander aan.
De grijze buurpoes liep nieuwsgierig over het schuurtje, ogen strak gericht op de laurier.
Moedermus fladderde zenuwachtig heen en weer.
De poes verdween… althans dat dacht ik.

Opeens hield het gepiep op.
Een korte stilte.
Toen een felle uitbarsting van moedermus.

Met afschuw zag ik de poes met het musje in zijn bek over de schutting verdwijnen.
Ik weet, dit is de natuur.
Maar het zo van dichtbij meemaken raakte me diep.
Nog vaak keerde moedermus terug naar de struik, tevergeefs zoekend.

Een dag later was ze alweer druk bezig de andere jongen te voeden.
Vergeten, of slechts aanvaard?


Onderstaand de link naar de foto van de moedermus.